Bierproeven

Bij het proeven van bier zijn een aantal zaken van belang.
Allereerst de proefomstandigheden. Meestal zullen die niet echt optimaal zijn. Zoals je je kunt voorstellen is het proeven van diverse bieren in een rokerige, rumoerige omgeving verre van optimaal. Toch zal dit veelal het geval zijn, daar veelal geproefd wordt in een café. De meest ideale omstandigheden, rookvrij en geen lawaai, is veelal niet te realiseren. Probeer echter altijd serieus te proeven. Dan ben je al een heel eind op weg.
Het proefglas moet bol aan de onderkant zijn en iets smaller toelopen aan de bovenkant. Denk maar aan een cognac glas maar dan groter. Je kunt dan het te proeven bier goed rondzwenken zodat de diverse aroma’s goed vrij kunnen komen. Verder kun je zo’n glas goed in de hand houden zodat het bier vlug stijgt in temperatuur. Tussen de te proeven bieren is het noodzakelijk dat je de smaak neutraliseert. Dat kun je doen door water te drinken, of eventueel een creamcracker te eten. Geen kaas of koekjes!!

Hoe gaan we te werk:
We letten op de volgende zaken:

Het uiterlijk:
We beoordelen de kleur, helderheid en schuimvorming.

Het aroma:
Het ruiken is een van de belangrijkste aspecten. Een bier wordt vaak aan het aroma herkend. Bovendien zegt het aroma vaak veel over wat er verkeerd gegaan is tijdens het brouwen. (o.a. gisting, ouderdom, etc.)

De smaak:
Het bier wordt langzaam gedronken, even in de mond gehouden, en daarna weer langzaam doorgeslikt. (dit laatste voor de nasmaak)

De totale smaaksensatie:
Een combinatie van de verder genoemde items zorgen voor de smaaksensatie, waarbij we meteen zeggen of we het bier slecht, goed of zelfs uitstekend vinden.

Enige termen die vaak in samenhang met bier gebruikt worden:

Kleur >bleek, wit, geel, okergeel, goudgeel, bruin, rood, zwart, en vele variaties
Helderheid >helder, troebel, vlokken
Aroma >zurig, hop, zoetig, kandij, karamel, fruitig (allerlei vruchten, vooral appel en peer) kruidig (b.v. koriander) zwavelig, putlucht, fenol, hogere alcoholen, muf, geoxideerd, vlak, gebrand, moutig, gistachtig, wortelachtig, karton, tarwe, esterig, bloemig
Smaak >Zoet, zuur, bitter, met verschillende gradaties hierin, geoxideerd (oud)
Diversen >mate van volheid, leeg, sterkte, poederig, droog, etc

Bij het proeven in de mond is het handig om te weten waar zich de diverse smaakvelden op de tong bevinden.


Zoete smaak: voor op de tong.
Zure smaak: midden van de tong en het begin van de keel.
Bittere smaak: de zijkanten en achterkant van de tong.